wetgeving EN jurisprudentie


Diverse wetten bieden BREIN en FIOD-ECD de mogelijkheid piraterij aan te pakken. Daarnaast bestaat er jurisprudentie over bijvoorbeeld inbreuken op auteursrechten en aansprakelijkheid van online dienstverleners.

 

Wetgeving

De Auteurswet
De Auteurswet en de Wet Naburige Rechten, die allebei straf- en civielrechtelijke sancties bevatten. De maximum straf is 4 jaar gevangenis en een boete van € 67.000,--. Voor rechtspersonen kan zelfs een boete van € 670.000,-- gelden. Inbreukmakende goederen en productie- of distributiemiddelen mogen in beslag genomen worden. De Auteurswet kent bovendien een voorziening met betrekking tot omzeiling van beveiligingssystemen.

Het Wetboek van Strafrecht
Het Wetboek van Strafrecht, en dan met name artikelen omtrent heling, handel in goederen met vervalste merken, oneerlijke mededinging. Sinds maart 1993 kent het strafrecht uitgebreidere ontnemingmogelijkheden, de zogenaamde 'Pluk ze' wetgeving.
Zowel de strafrechtelijke autoriteiten als BREIN hebben de wettelijke mogelijkheid om opbrengsten, die piraten uit hun illegale praktijken hebben verkregen, te ontnemen respectievelijk te vorderen. De door BREIN geïncasseerde schadevergoedingen worden in het piraterijbestrijdingsprogramma geïnvesteerd.

Het Burgerlijk Wetboek
Het Burgerlijk Wetboek, en dan met name artikelen betreffende onrechtmatige daad (bijvoorbeeld de aansprakelijkheid van Internet Service Providers als zij niet meewerken de bekende inbreukmakende sites te verwijderen) en oneerlijke mededinging.

De Merkenwetgeving
De Benelux Merken Wet.

Tot slot heeft ook de douane de mogelijkheid de doorvoer van inbreukmakende goederen aan te pakken. De maximum straf is 1 jaar gevangenis en een boete van € 67.000,--.

 

Jurisprudentie

 

BREIN - Shareconnector: Hof Amsterdam: Shareconnector ook in hoger beroep onrechtmatig

Het Hof Amsterdam heeft het vonnis uit 2008 van de voorzieningenrechter Amsterdam in hoger beroep bevestigd. De website Shareconnector was ook naar het oordeel van het Hof onrechtmatig. Op de site werden zogenaamde hash codes (ook wel has links of ed2k-links genoemd) geïndexeerd. Hash codes karakteriseren de inhoud van een bestand maar verwijzen niet naar een specifieke locatie. De codes waren afkomstig van het peer-to-peer netwerk eDonkey waar gebruikers bestanden kunnen uitwisselen. De rol van Shareconnector was het indexeren van betrouwbaar bevonden hash codes. Gebruikers plaatsten de codes op de Shareconnector site waar zij na verificatie werden voorzien van de naam Shareconnector als ‘keurmerk’. De site verdeelde de codes in verschillende inhoudscategorieën. Door op de code te klikken werd het downloadproces in werking gesteld. Uit een steekproef was gebleken dat 95% van de titels naar illegaal aangeboden bestanden verwezen. Het ging vooral om recente en populaire speelfilms, televisieseries, muziek, software en games.

Hoewel het Hof van mening was dat inbreukmakende bestanden zonder sites als Shareconnector aanzienlijk ontoegankelijker zijn, oordeelde het Hof dat Shareconnector desondanks de bestanden niet zelf openbaar maakte. Het Hof motiveerde dit door te stellen dat geen zelfstandige betrokkenheid van Shareconnector bij de eigenlijke, tot toegankelijkheid voor het publiek leidende, openbaarmakingshandeling kon worden geconstateerd. De site beschikte niet zelf over de bestanden en had geen bemoeienis met het proces van up- en downloaden, aldus het Hof. Wel werd  Shareconnector onrechtmatig bevonden, omdat de site het door haar werkwijze voor gebruikers aanzienlijk gemakkelijker maakte om beschikking te krijgen over ongeautoriseerd ter beschikking gestelde bestanden.

Hoewel een site in principe op het internet beschikbare bestanden mag selecteren, rubriceren en aan anderen toegankelijk maken, was Shareconnector onrechtmatig omdat die het gebruik maken (en weer ter beschikking stellen) van bestanden die inbreuk maken op auteursrecht en naburige rechten, systematisch en structureel faciliteerde en bevorderde. Dat de eigenaar/beheerder van de site dit als hobby zonder commercieel oogmerk deed, ontneemt niet het onrechtmatige karakter van zijn handelen. Het Hof oordeelde eveneens dat het voorshands voldoende aannemelijk is dat rechthebbenden schade lijden door de beschikbaarheid van illegaal aangeboden bestanden op het Internet, ook als dat niet ‘een-op-een’ zou zijn.

BREIN - Shareconnector: 16 maart 2010, Gerechtshof Amsterdam 200.007.866/01KG
Vonnis: BREIN - Shareconnector

 

BREIN - The Pirate bay: Opnieuw rechterlijk verbod tegen Zweedse eigenaren van The Pirate Bay

De voorzieningenrechter te Amsterdam legde opnieuw een verbod op aan de drie Zweedse eigenaren van The Pirate Bay. Alle torrents naar inbreukmakende bestanden moeten binnen 3 maanden worden verwijderd en verwijderd worden gehouden op straffe van een dwangsom van 5000 euro per torrent met een maximum van 3 miljoen euro. Ook moeten de drie dergelijke torrents ontoegankelijk maken voor gebruikers in Nederland op straffe van een dwangsom van 5000 euro per dag met een maximum van 3 miljoen euro.

De drie Zweden hadden na het eerdere vonnis waarbij zij verstek hadden laten gaan verzet aangetekend om zich alsnog te verweren. Hun voornaamste verweer was dat zij niet de eigenaren waren maar een bedrijf uit de Seychellen, Reservella Limited. De rechter oordeelt dat de drie wel verantwoordelijk zijn en wijst daarom het verbod tegen hen toe.

De rechter oordeelt dat The Pirate Bay onrechtmatig handelt door haar gebruikers stelselmatig in staat te stellen inbreuk te maken en dat het ‘zeer aannemelijk’ is dat de bij BREIN aangesloten rechthebbenden daardoor schade leiden. Op basis van deze onrechtmatigheid wordt de vordering toegewezen. De rechter overweegt dat om directe inbreuk vast te stellen, bewezen moet worden dat The Pirate Bay een eigen tracker aanbiedt. Omdat ten tijde van de zitting de eigen tracker offline was gehaald, laat zij de feitelijke vaststelling of er een eigen tracker is aan de bodemrechter over.

De rechter oordeelt tevens dat The Pirate Bay geen Internet Service Provider (ISP) is en dat de beperkte aansprakelijkheid voor ISP’s dus niet van toepassing is.
De rechter volgt het oordeel van de Zweedse strafrechter dat de drie eigenaar waren. Het verweer dat de drie geen eigenaar meer zijn omdat zij The Pirate Bay in 2006 zouden hebben verkocht, wordt verworpen nu zij niet kunnen zeggen aan wie zij verkocht hebben of een overeenkomst hebben overlegd. Tevens overweegt de rechter dat zelfs als een ander, zoals Reservella, economisch eigenaar zou zijn, er voldoende bewijs is dat het feitelijk beheer nog altijd bij de drie rust. 

BREIN - The Pirate Bay: 22 oktober 2009, Rechtbank Amsterdam 436360 KG ZA 09-1809 WT/RV
Vonnis: BREIN - The Pirate Bay II

 

Brein - Mininova: Rechter legt filterverplichting op aan mininova

Mininova houdt zich bezig met de exploitatie van een Bittorrent-platform. Via dit platform worden .torrents aangeboden die toegang gegeven tot voor overgrote deel auteurs- en nabuurrechtelijk beschermde werken. De rechtbank oordeelde dat Mininova aan haar gebruikers structureel de gelegenheid geeft tot, aanzet tot en profiteert van de door haar gebruikers gepleegde inbreuken op de auteursrechten en naburige rechten van rechthebbenden uit de entertainmentindustrie.  Aannemelijk is dat de auteursrechthebbenden daardoor schade lijden. Mininova handelen wordt dan ook als onrechtmatig gekwalificeerd. Mininova kan zich niet beroepen beperkte aansprakelijkheid en is dus niet gevrijwaard van aansprakelijkheid ten opzichte van BREIN voor haar handelwijze met betrekking tot (de inhoud van) de van derden afkomstige, opgeslagen informatie. De door Mininova gehanteerde Notice and Take Down-procedure om torrents te verwijderen volstaat niet. Mininova dient zodanige maatregelen te nemen dat op haar platform geen torrent-links worden aangeboden naar bestanden ten aanzien waarvan gegronde twijfel dient te bestaan over de vraag of deze geen auteursrechtelijk of nabuurrechtelijk beschermde werken bevatten, voor de openbaarmaking waarvan de rechthebbenden geen toestemming hebben gegeven op verbeurte van een dwangsom. Volgens de rechtbank is het algemeen bekend dat op commercieel vervaardigde films, games, muziek en tv-series auteursrechten rusten, en dat die werken slechts bij uitzondering rechtenvrij zijn. Ten aanzien van de torrents die in de genoemde categorieën op haar platform worden geplaatst, moet Mininova dan ook in beginsel gegronde twijfel hebben of de torrents wel verwijzen naar rechtmatige informatie.

BREIN – Mininova: 26 augustus 2009, rechtbank Utrecht 250077 HA ZA 08-1124
Vonnis: BREIN - Mininova

 

BREIN – The Pirate Bay

Stichting Brein vordert in deze procedure van gedaagden de inbreuken die worden gepleegd via ThePirateBay in Nederland te staken en gestaakt te houden. De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden. Geoordeeld wordt dat - tegen de achtergrond van het spoedeisende karakter van de vorderingen - voldoende is gewaarborgd dat gedaagden tijdig op de hoogte waren van deze procedure en kennis hebben kunnen nemen van de inhoud van de dagvaarding en wel zo tijdig dat gedaagden nog de mogelijkheid hebben gehad verweer te voeren. Een rol speelt hierbij dat Stichting Brein – naast via de officiële weg – op talrijke wijzen de dagvaarding aan gedaagden heeft toegezonden, waaronder via Twitter en Facebook. Op de brief van de eigenaren van ThePiratebay aan de voorzieningenrechter die werd ontvangen een aantal dagen nadat de zitting plaatsvond en waarin zij inhoudelijk verweer voerden en stelden dat zij niet op de hoogte waren van de zitting kan de voorzieningenrechter dan ook geen acht slaan. Ook kan deze brief niet worden gezien als een zuivering van het verstek. De eigenaren van ThePirateBay zijn door de voorzieningenrechter ieder afzonderlijk en gezamenlijk geboden om de inbreuken in Nederland op de auteurs- en naburige rechten van de aangeslotenen van BREIN te staken en gestaakt te houden, daaronder begrepen het aanbieden van hun diensten als tussenpersonen in de zin van artikel 26d Auteurswet en artikel 15 e Wet Naburige Rechten. De eigenaren moeten ervoor zorgen dat de site, servers, trackers en databases ontoegankelijk zijn voor internetgebruikers in Nederland. Beide vorderingen zijn toegewezen op verbeurte van een dwangsom en de gedaagden zijn veroordeeld in de volledige proceskosten.

BREIN – Neij, Kolmisoppi en Warg: 30 juli 2009, voorzieningsrechter Amsterdam 428212 KG ZA 09 – 1092 WT/RV
Vonnis: BREIN - The Pirate Bay

 

BREIN – Global Gaming Factory X

GGF heeft aangegeven ThePirateBay over te willen nemen. Stichting Brein vordert in deze procedure van GGF dat de inbreuken die worden gepleegd via ThePirateBay te staken en gestaakt te houden vanaf het moment van overname van ThePirateBay. De voorzieningenrechter oordeelt dat indien die overname plaatsvindt zonder nader voorzieningen in de huidige werkwijze van The Pirate Bay, GGF inbreuk dreigt te maken op de auteursrechten en naburige rechten van de bij Stichting Brein aangesloten rechthebbenden. Het gevoerde verweer van GGF, dat de geplande overname van ThePirateBay nog onzeker was, leidt niet tot afwijzing van het gevorderde, maar wordt wel gehonoreerd in die zin dat de vorderingen jegens GGF zullen worden toegewezen vanaf het moment dat zij The Pirate Bay heeft overgenomen. De voorzieningenrechter gebiedt GGF derhalve alsdan vanaf het moment dat zij ThePirateBay heeft overgenomen, de inbreuken in Nederland op de auteurs- en naburige rechten van de aangeslotenen van BREIN op verbeurte van een dwangsom te staken en gestaakt te houden, daaronder begrepen het aanbieden van hun diensten als tussenpersoon. GGF moet er alsdan vanaf het moment dat zij ThePirateBay heeft overgenomen, voor zorgen dat de site, servers, trackers en databases ontoegankelijk zijn voor internetgebruikers in Nederland.

BREIN – Global Gaming Factory X: 30 juli 2009, voorzieningsrechter Amsterdam 432071 KG ZA 09 – 1411 WT /RV
Vonnis: BREIN - Global Gaming Factory X

 

Brein - Euroacces : Hosting provider moet NAW verstrekken en kosten BREIN betalen

De voorzieningenrechter overweegt dat het onrechtmatige karakter van de activiteiten op torrent.to evident is en ook voor Euroaccess volstrekt duidelijk moet zijn. Dit geldt nog sterker voor een professionele partij die zich toelegt op het hosten van websites die bovendien door BREIN ook nog eens is gewezen op het onrechtmatige karakter van de activiteiten opwww.torrent.to. De gevorderde afsluiting wordt derhalve toegewezen. BREIN vorderde ook bekendmaking van de namen en adressen van de (rechts)personen die schuilgaan achter torrent.to.

Aangenomen mag worden dat Euroaccess wel beschikt over de juiste NAW-gegevens van haar klanten en dus ook van de (rechts)personen achter torrent.to. De rechter vindt de verklaring ter zitting van Euroaccess (dat zij daarover niet beschikt omdat daar geen aanleiding toe bestaat zolang door de klant netjes voor de diensten van Euroaccess wordt betaald) niet geloofwaardig. Aangenomen mag worden dat Euroaccess in staat is die gegevens alsnog te verkrijgen. Daarnaast gaat het op de website niet om het verkondigen van een mening, maar om het verspreiden van auteursrechtelijk beschermde werken. Het belang van vrije meningsuiting speelt hier dus geen rol.

De websitehouder heeft er uiteraard belang bij om anoniem te kunnen blijven, maar mag dat belang niet misbruiken om jegens derden (onmiskenbaar) onrechtmatig te handelen en zonder dat zij daarvoor ter verantwoording kan worden geroepen. BREIN heeft een reëel belang bij verkrijging van de NAW-gegevens en er zijn voor BREIN geen minder ingrijpende middelen voor handen om achter de NAW-gegevens te komen dan door het instellen van onderhavige vordering tegen Euroaccess. Het belang van BREIN bij het verkrijgen van de NAW-gegevens dient te prevaleren boven het belang van Euroaccess en dat van de websitehouder om de gegevens voor BREIN geheim te houden. Euroaccess dient de NAW-gegevens van haar klant aan BREIN te verstrekken. Gelet op het grootschalige karakter van de opwww.torrent.to gepleegde inbreuken en de evidente onrechtmatigheid daarvan, alsmede het feit dat Euroaccess na verzoeken van BREIN daartoe niet is overgegaan tot afsluiting van de website en door Euroaccess geen verweer is gevoerd tegen de door BREIN overgelegde opgave van de gemaakte advocaatkosten, heeft de rechter Euroaccess als de in het ongelijk gestelde partij onder toepassing van artikel 1019 Rv veroordeelt in de werkelijke proceskosten, waaronder de advocaatkosten. 

BREIN-Euroaccess: 8 juli 2008, rechtbank 's-Hertogenbosch 174537  KG ZA 08-261
Vonnis: BREIN - Euroaccess

 

BREIN - Leaseweb

Leaseweb is in hoger beroep gekomen van het vonnis dat de voorzieningenrechter heeft gewezen en uitgesproken op 21 juni 2007. Volgens Leaseweb had de Amsterdamse voorzieningenrechter BREIN niet mogen ontvangen in haar vorderingen omdat BREIN niet de keus maakte of zij optrad als gevolmachtigde van de bij de rechteninbreuk betrokkenen dan wel op eigen hoofde op de voet van art. 3:305a BW. Daarnaast voert Leaseweb aan dat BREIN onvoldoende heeft getracht het gevorderde door het voeren van overleg te bereiken. Het Hof verwerpt de grieven van Leaseweb. Daarnaast hebben de verweren van Leaseweb betrekking op de beoordeling van de toewijsbaarheid van de vorderingen tot het verstrekken van de NAW-gegevens van de houder van Everlasting en tot verwijdering van de website. Het Hof komt tot de conclusie dat de voorzieningenrechter de vordering tot verstrekking van de NAW-gegevens terecht heeft toegewezen, net als de vordering tot verwijdering en tot het verwijderd houden van de website www.everlasting.nu. Het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd.

BREIN-Leaseweb: 3 juli 2008, LJN: BD6223, Gerechtshof Amsterdam, 106.007.074/01KG
Vonnis: BREIN - Leaseweb 

 

BREIN - Shareconnector

Uitgangspunt in deze zaak is dat het beschikbaar stellen via internet van bestanden een openbaarmaking van die bestanden in de zin van de Auteurswet vormt. Dit betekent dat aan het ophalen van die bestanden noodzakelijkerwijs een auteursrechtelijk of nabuurrechtelijk relevante openbaarmaking voorafgaat. ShareConnector beschikt niet zelf over bestanden en kan deze dus ook niet aanbieden. Muzur, al dan niet samen met anderen, selecteert en indexeert de beschikbare bestanden en maakt deze bestanden toegankelijk via het eDonkey peer-to-peer-netwerk. Hieruit volgt dat Muzur niet zelf die bestanden openbaar maakt. Het feit dat hij die openbaarmaking door anderen via Shareconnector faciliteert maakt dit niet anders. Van een door hem gepleegde inbreuk op de Auteurswet en/of de Wet op de naburige rechten is dan ook niet gebleken. Het puur als hobby, structureel en systematisch, behulpbaar zijn bij het maken van inbreuken zonder rekening te houden met de belangen van de rechthebbenden is onrechtmatig jegens hen. De vordering van BREIN tot het staken van de onrechtmatige handelingen is toewijsbaar.

BREIN-Shareconnector: 24 januari 2008, LJN: AZ5678, Rechtbank Amsterdam 384773 KG ZA 07 – 2249
Vonnis: BREIN - Shareconnector

 

Brein – Leaseweb

Vordering van Stichting BREIN om Leaseweb te gebieden de naam- en adres gegevens van de websitehouder van www.everlasting.nu te verstrekken. Leaseweb stelt dat BREIN niet ontvankelijk is omdat BREIN niet zelf rechthebbende is op de door haar genoemde titels. Daarnaast is er volgens Leaseweb, voorafgaand aan het geding, geen overleg gevoerd en heeft BREIN nagelaten om de termijn voor overleg, van twee weken, aan Leaseweb te gunnen. De voorzieningenrechter stelt vast dat niet gezegd kan worden dat BREIN onvoldoende heeft getracht het gevorderde, door het voeren van overleg met Leaseweb, te bereiken en dat BREIN op grond van haar statuten ontvankelijk is in haar vorderingen. In het kort geding wordt vastgesteld dat Everlasting structureel inbreuken op auteursrechten en naburige rechten faciliteert en dat (de houder) van Everlasting zich hiervan bewust moet zijn. Het handelen van Everlasting is derhalve onrechtmatig. Gezien het kennelijk onrechtmatig handelen van Everlasting op het internet kan Leaseweb niet volstaan met het verstrekken van NAW-gegevens, maar is zij tevens gehouden om de desbetreffende verbinding af te sluiten.

BREIN-Leaseweb: 21 juni 2007, LJN: BA7810 Rechtbank Amsterdam, 369220 / KG ZA 07-840 AB/MV
Vonnis: BREIN - Leaseweb

 

Brein - KPN : ISP moet site afgesloten houden en NAW van abonnee aan BREIN verstrekken

Service provider KPN weigerde de illegale website Dutchtorrent.org af te sluiten en de naam en het adres van de abonnee aan BREIN te verstrekken. BREIN eiste daarop van de rechter een bevel tot afsluiting van de site en afgifte van de persoonsgegevens van de abonnee. Die eisen werden op 5 januari 2007 toegewezen. Daardoor kan BREIN de beheerder van de illegale website Dutchtorrent.org aanspreken met een verbod en schadevergoeding. De site bood toegang tot honderden illegale bestanden aan duizenden geregistreerde gebuikers.

Dutchtorrent.org draaide op een server die via een KPN verbinding op het internet was aangesloten.  De anonieme websitehouder was eerder herhaaldelijk door BREIN gesommeerd maar reageerde daar niet op en volhardde in zijn illegale activiteiten. Na melding van BREIN weigerde ook KPN de site af te sluiten en de persoonsgegevens aan BREIN af te staan. De rechter heeft besloten dat KPN dat niet mocht weigeren omdat de site structureel inbreuken op auteursrecht faciliteert. 'Over de onrechtmatigheid van het handelen van de websitehouder kan nauwelijks discussie zijn' aldus de rechter.

De rechter wees de vorderingen van BREIN toe. KPN moet de persoonsgegevens afstaan en de betreffende site op melding van BREIN afsluiten indien deze terugkeert. De site was inmiddels 'wegens technische problemen' van het internet verdwenen maar kondigde via haar forum aan terug te komen 'zodra de breinstorm over is'.

BREIN-KPN: 5 januari 2007, LJN: AZ5678, Rechtbank ’s-Gravenhage 276747 / KG ZA 06-14
Vonnis: BREIN - KPN

 

Brein - UPC : ISP moet naam-, adres-, woonplaats gegevens van inbreukmakende klant afstaan

De rechter in kort geding heeft de Internet Serviceprovider Chello bevolen de NAW gegevens van een grote peer-to-peer (p2p) uploader aan BREIN af te geven. BREIN eiste van Chello de afgifte van NAW gegevens van drie grote uploaders van de illegale bittorrent site Dikkedonder. Van twee van deze uploaders stelde Chello vast dat de gegevens buiten twijfel naar de juiste abonnee wezen en besloot daarom de NAW aan BREIN te verschaffen. Met betrekking tot de derde uploader had Chello wel twijfel. BREIN was het daar niet mee eens en vorderde de afgifte in kort geding. De rechter wees deze eis toe.

Het verkrijgen van NAW gegevens door BREIN is door deze uitspraak niet langer alleen maar theoretisch mogelijk maar ook in de praktijk haalbaar. In principe zijn ISP`s gehouden NAW gegevens van inbreukmakers aan de benadeelde partij af te staan zodat die de inbreukmaker kan aanspreken.  BREIN heeft een gerechtvaardigd belang die NAW te verkrijgen. Dat werd al eerder door het CBP (College Bescherming Persoonsgegevens) en de rechter vastgesteld. In geval van conflict maakt BREIN de gang naar de rechter zoals in het onderhavige geval. De volgende stap is nu het aanspreken van die inbreukmakers.

BREIN - UPC: 24 augustus 2006, LJN: AY6903, Rechtbank Amsterdam, 345291 / KG 06-1112 AB
Vonnis: BREIN - UPC

 

Zoekmp3 : linken naar illegale bestanden is onrechtmatig, bij structureel gebruik van die links is de hele dienst illegaal

In deze zaak oordeelde het hof dat het onrechtmatig is om als website structureel en systematisch misbruik te maken van illegaal aangeboden mp3- bestanden op het Internet. Techno Design stelde een database met links naar mp3-bestanden samen, waarin gebruikers konden zoeken. Het feitelijke downloaden van die bestanden werd door de gebruikers zelf uitgevoerd. Techno Design werd door het Hof bevolen om zoekmp3 en de daaraan gerelateerde sites binnen zeven dagen uit de lucht te halen op verbeurte van een dwangsom. Daarnaast werd Techno Design veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding.
 
Deze procedure was door Techno Design aangespannen om een rechterlijke verklaring over de rechtmatigheid van hun activiteiten te krijgen, nadat zij een sommatie van BREIN hadden ontvangen. De Rechtbank Haarlem oordeelde aanvankelijk dat het aanbieden van links niet onrechtmatig was mits deze op basis van betrouwbare meldingen zouden worden verwijderd. BREIN tekende hoger beroep aan en stelde dat Techno Design's businessmodel onrechtmatig was omdat het was gestoeld op het faciliteren van auteursrechtinbreuken. Het Hof volgde die redenering en vernietigde het eerdere vonnis van de Rechtbank Haarlem.

Het Hof oordeelt nu dat rechthebbenden bij zulke structurele inbreuken niet genoodzaakt zijn om meldingen voor iedere individuele link te sturen. Rechthebbenden kunnen in die gevallen sluiting van de gehele site eisen en schadevergoeding van de sitehouder vorderen.
 
Het Hof stelde verder vast dat Techno Design geld verdiende met haar website. Hoe meer links, hoe meer bezoekers en hoe meer advertentie-inkomsten. Een substantieel deel van de inkomsten van het bedrijf werden behaald door structureel gebruik te maken van de illegale beschikbaarheid van auteursrechtelijk beschermde werken, zonder dat daarbij rekening is gehouden met de belangen van de rechthebbenden op die werken. Die handelwijze is in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheidsplicht en daarom onrechtmatig jegens de rechthebbenden wiens belangen BREIN zich aantrekt of die door BREIN worden vertegenwoordigd.

Ook oordeelde het Hof dat een waarschuwing of disclaimer op de site die bezoekers wijst op het aanbod van illegale bestanden niet afdoende is aangezien de meeste bezoekers juist naar die bestanden op zoek zijn en zich weinig van zo een waarschuwing aantrekken. Techno Design had dan ook niet mogen vertrouwen op het feit dat een waarschuwing de inbreuken op auteurs- en naburige rechten zou voorkomen. Tevens werd het door Techno Design gevoerde verweer dat het moeilijk is om een zoekmachine onderscheid te laten maken tussen legaal en illegaal aangeboden muziek door het Hof afgewezen.

Het Hof heeft zich niet uitgelaten over de vraag of het linken naar een inbreukmakend bestand een nieuwe openbaarmaking van dat bestand oplevert. In de uitspraak wordt wel met nadruk gesteld dat het openbaar maken van een bestand zonder toestemming van de rechthebbenden een inbreuk oplevert. Het is dan logisch dat het willens en wetens linken naar zo een bestand vervolgens ook illegaal is en indien dit structureel en systematisch gebeurt de gehele site onrechtmatig maakt.

Zoekmp3 - 12 mei 2004, LJN: AO9318, Rechtbank Haarlem, 85489 / HA ZA 0299
Zoekmp3 - 15 juni 2006, LJN: AX7579, Gerechtshof Amsterdam, 1157 / 04
Vonnis: BREIN - Zoekmp3 2004
Vonnis: BREIN - Zoekmp3 2006

Lycos-Pessers

ISP behoort NAW af te geven indien onrechtmatigheid aannemelijk is en de benadeelde partij een gerechtvaardigd belang heeft
In deze zaak oordeelde de Hoge Raad dat iemand die onrechtmatig handelt op Internet verantwoordelijk moet  kunnen worden gehouden door de benadeelde partij. Een ISP behoort daarom de NAW (Naam, Adres, Woonplaats) gegevens van een abonnee die onrechtmatig handelt af te geven aan de benadeelde partij in plaats van de anonimiteit te garanderen.
De Rechtbank oordeelde eerder dat Lycos onrechtmatig handelde door te weigeren de NAW-gegevens van de sitehouder aan de benadeelde partij, postzegelhandelaar Pessers, te verstrekken. In hoger beroep werd dit door het Hof bevestigd. De Hoge Raad wees het cassatieverzoek van Lycos af en heeft alle bezwaren van Lycos tegen de uitspraak van het hof verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat een ISP de gebruikersgegevens op aanvraag van de benadeelde partij behoort af te geven indien de onrechtmatigheid aannemelijk is en de benadeelde partij een gerechtvaardigd belang heeft. De benadeelde partij hoeft daarvoor dus niet naar de rechter.

Lycos - Pessers - 25 november 2005: LJN: AU4019, Hoge Raad, C04/234HR
Vonnis: Lycos - Pessers